Nederlands (Nederland)English (United Kingdom)

hondenshows-banner

Bron: De Raad van Beheer


Afkortingen:

VB
(VeelBelovend) kan toegekend worden in baby- en puppyklas, hiermee kan de pup verkozen worden tot Beste Pup van het ras. Deze winnaar mag naar de erering om te strijden tegen alle andere beste baby's of puppy's van de show

B (Belovend) kan toegekend worden in baby- en puppyklas

WB (Weinig Belovend) kan toegekend worden in baby- en puppyklas

U (Uitmuntend) is voor honden die in zo sterke mate aan de standaard voldoen dat een geringe afwijking of kleine fout het ideaalbeeld niet stoort. Deze honden hebben de kwaliteit om in aanmerking te komen voor een kampioenschapsprijs.

ZG (Zeer Goed) is voor honden die eveneens aan het standaard voldoen, maar een enkele onvolkomenheid hebben die het ideaalbeeld verstoort.

G
(Goed) is voor honden die voldoen aan de standaard, maar verschillende afwijkingen van het ideale rasbeeld, of een ernstige fout vertonen.

M (Matig) is voor honden die in geringe mate aan de standaard voldoen of een zeer ernstige fout vertonen.

CAC
Certificat d'Aptitude au Championnat  - Nationale kampioenschapspunt (uitgereikt aan beste reu en beste teef)

CACIB Certificat d'Aptitude au Championnat International de Beauté - Internationale kampioenschapspunt (uitgereikt aan beste reu en beste teef)

RCAC Reserve Nationale kampioenschapspunt (uitgereikt aan 2e beste reu en beste teef)

RCACIB Reserve Internationale kampioenschapspunt (uitgereikt aan 2e beste reu en beste teef)

BOB beste of breed (beste vh ras, keurmeester maakt hierin keuze tussen beste reu en beste teef)

BOS best of opposite sex (beste reu of teef, niet verkozen tot beste vh ras)



Klassenindeling

* Babyklasse:
tot 6 maanden
* Puppyklasse: 6 tot 9 maanden
* Jeugdklasse: van 9 tot 18 maanden
* Jonge hondenklasse: van 15 tot 24 maanden
* open klasse: vanaf 15 maanden
* Kampioensklasse: vanaf 15 maanden
* Veteranenklasse: vanaf 8 jaar

 

Waarom meedoen aan een show

De fokkerij van rashonden richt zich op een standaard. Dat is de beschrijving van het ideale plaatje van het ras. Als het goed is heb je dat ideale beeld als fokker en liefhebber duidelijk voor ogen staan. Dus een ingevoerde bezitter kan meestal zelf wel vertellen wat mooi en minder geslaagd is aan zijn eigen hond. Maar het oordeel van een buitenstaander is ook wat waard want die kijkt niet met een roze bril.

Het liefst is die buitenstaander een deskundige, en exterieurkeurmeesters zijn deskundig. Een keurmeester vergelijkt de hond dus met de standaard. De ene is sterker in het herkennen van de typische kenmerken van het ras omdat hij dat ras zelf heeft gefokt of er op andere manier bijzonder mee vertrouwd is. Zo’n keurmeester wordt rasspecialist genoemd. De andere keurmeester heeft meer aandacht voor de algemene karakteristieken van een mooie, gezonde, functioneel gebouwde hond. Dit zijn de zogenoemde all rounders. Het oordeel van beiden heeft zijn waarde.

Als je hond uitblinkt, is het ook leuk om daar in het openbaar erkenning voor te krijgen, of in competitie mee te winnen. Dus een show is interessant voor de beginner, die wel eens wil horen wat een deskundige keurmeester van zijn hond zegt, maar evengoed voor de ervaren fokker, die wil zien hoe zijn honden zich temidden van hun soortgenoten onderscheiden.

Keurrapport

De keurmeester heeft tot taak elke hond individueel te bekijken, te beschrijven en afrondend een kwalificatie toe te kennen. Bij het beschouwen zet de keurmeester de hond die voor hem (of haar) staat in gedachten af tegen het ideaalbeeld van dat ras. Dat ideaalbeeld staat beschreven in de standaard. Wat in de ring gebeurt is eigenlijk best ingewikkeld. Het inschatten van de mate waarin een hond voldoet aan de standaard is bij uitstek een visuele bezigheid, maar de standaard is in woorden gevat en het keurrapport is ook een beschrijving.

Een keurmeester moet dus niet alleen goed kunnen waarnemen, maar ook nauwkeurig kunnen lezen en formuleren. Nederlandse keurmeesters worden daar goed in getraind. Dat het formuleren van keurrapport na keurrapport zo makkelijk niet is, merk je wel eens bij keurmeesters uit landen waar men dat gebruik niet kent. Als ze voor het eerst op een FCI-tentoonstelling ambteren wil hun woordenschat op zeker moment wel eens tekortschieten.

Een verslag moet kort en krachtig zijn. De bijzonder goede punten van de hond, indien aanwezig, moeten er in naar voren komen, maar ook de mindere, als die in de kwalificatie tot uitdrukking zullen komen. De verslagen dienen onderling met elkaar in balans te zijn. De beoordeling van de hond die beste van het ras zal worden moet belangrijker pluspunten en minder minpunten bevatten dan die van de hond die ongeplaatst de ring uit zal gaan. Dat vergt van de keurmeester dus concentratie en systematiek.

Kwalificatie

Elk keurrapport wordt afgesloten met een kwalificatie. De keurmeester heeft op grond van het Kynologisch Regelement vier mogelijkheden: uitmuntend, zeer goed, goed, en matig, Of eigenlijk vijf, want hij kan ook diskwalificeren.



Hoe behaald een hond een titel:

* Nederlands Kampioen
* Jeugd Kampioen
* Veteranen Kampioen
* Titel Clubwinner
* Winner Titels
* Internationaal schoonheidskampioen CIB